Ksa publiceert drie studies met nieuwe data over gokgedrag bij minderjarigen en jongvolwassenen

Ksa publiceert drie studies met nieuwe data over gokgedrag bij minderjarigen en jongvolwassenen

Kansspelautoriteit deelt onderzoeksresultaten over jongere spelersgroepen

De Kansspelautoriteit bracht in augustus 2026 resultaten naar buiten van drie afzonderlijke studies die nieuw licht werpen op het gokgedrag van minderjarigen en jongvolwassenen; deze publicatie verscheen op de officiële nieuwssectie van de toezichthouder en levert concrete handvatten voor verdere bescherming van kwetsbare groepen.

Drie gerichte onderzoeken naast elkaar

De eerste studie richtte zich op spelers tussen achttien en vierentwintig jaar in de eerste drie maanden na registratie bij een legale online aanbieder, de tweede onderzocht MBO-studenten als aparte doelgroep, terwijl de derde studie in kaart bracht hoe minderjarigen überhaupt in aanraking komen met kansspelen; samen vormen deze rapporten een samenhangend beeld dat de toezichthouder eerder nog niet in deze breedte beschikte.

Volgens de gepubliceerde gegevens tonen de bevindingen patronen die eerder alleen fragmentarisch bekend waren, en de Ksa benadrukt dat deze inzichten direct bruikbaar zijn bij het aanscherpen van toezicht en preventiemaatregelen.

Registratiegedrag van jonge volwassenen

Binnen de groep achttien- tot vierentwintigjarigen blijken de eerste drie maanden na registratie cruciaal; data uit de studie geven aan dat een aanzienlijk deel van de nieuwe accounts in deze periode al intensief gebruikt wordt, en dat stortingsfrequentie en speelduren hoger liggen dan bij oudere cohorten; deze observatie helpt de Ksa bij het identificeren van risicovolle instroommomenten.

Daarnaast blijkt uit de cijfers dat een deel van deze jonge spelers al binnen de eerste weken meerdere aanbieders benadert, iets wat de toezichthouder kan gebruiken bij het monitoren van cross-platform gedrag.

MBO-studenten als specifieke doelgroep

De tweede studie zoomde in op MBO-studenten en bracht verschillen aan het licht tussen deze groep en andere jongvolwassenen; factoren zoals studiefinanciering, woonvorm en sociale netwerken spelen hierbij een rol, en de resultaten tonen dat een deel van de ondervraagden al ervaring heeft met kansspelen voordat zij de leeftijd van achttien bereiken.

Deze bevindingen stellen de Ksa in staat om gerichtere voorlichtingscampagnes te ontwikkelen die aansluiten bij de leefwereld van MBO-studenten, zonder daarbij algemene aannames te doen over alle jongeren.

Analyse van gokgedrag onder jongeren in Nederland

Hoe minderjarigen in contact komen met kansspelen

De derde studie onderzocht de toegangswegen voor minderjarigen en constateerde dat illegale platforms, sociale media en doorverwijzingen via bekenden nog steeds een rol spelen; hoewel legale kanalen strengere leeftijdscontroles hanteren, wijzen de cijfers uit dat een deel van de minderjarigen via omwegen toch in aanraking komt met gokactiviteiten.

De Kansspelautoriteit koppelt deze uitkomsten aan bestaande handhavingsacties en gebruikt de data om illegale aanbieders gerichter aan te pakken; tegelijkertijd worden de inzichten gedeeld met branchepartijen zodat preventie-instrumenten verder verfijnd kunnen worden.

Praktische toepassingen voor de toezichthouder

De drie studies leveren de Ksa extra instrumenten om risico’s vroegtijdig te signaleren en om interventies te onderbouwen met recente Nederlandse data; zo kan de toezichthouder bijvoorbeeld accountmonitoring bij legale aanbieders aanscherpen en voorlichtingsmateriaal specifieker afstemmen op verschillende leeftijdsgroepen.

De publicatie van de resultaten vindt plaats via de officiële kanalen van de Kansspelautoriteit, waar ook de volledige rapporten voor geïnteresseerden beschikbaar zijn gesteld.

Conclusie

Met de publicatie van deze drie studies beschikt de Kansspelautoriteit over actuele en gedetailleerde informatie over gokgedrag onder minderjarigen en jongvolwassenen; de bevindingen bieden een basis voor verdere beleidsontwikkeling en handhaving, terwijl de data ook andere partijen in de sector kunnen helpen bij het nemen van passende maatregelen.